Interview met Dr. Boukje Cnossen; gepromoveerd op een onderzoek in broedplaatsen.

18/01/2018

Interview met Boukje Cnossen; gepromoveerd op een onderzoek in broedplaatsen.

Op 16 januari 2018 is Boukje Cnossen gepromoveerd aan de universiteit van Tilburg; haar proefschrift draagt de titel: “Organising Against Appropriation: How Self-Emplyed Workers in the Creative Industries Make Things Work”. Zij is tevens bestuurslid van Stichting Urban Resort. Bovendien is ze sinds 2013 huurder in broedplaats ACTA, waar ze ook een deel van het onderzoek voor haar PhD uitvoerde.

Wij interviewden Boukje over haar onderzoek in broedplaatsen.

Gefeliciteerd met het afronden van je proefschrift en je promotie.
Super dat je met deze nieuwe, rijke ervaring deel uitmaakt van het Urban Resort bestuur.

Je promotieonderzoek ging over “Hoe nieuwe organisaties ontstaan in onverwachte hoeken: broedplaatsen in Amsterdam”. Daarvoor heb je kwalitatief onderzoek gedaan onder creatieve ondernemers in Amsterdam. Je hebt zelf gewerkt in de Urban Resort broedplaats ACTA en hebt ook de broedplaats Fenix (Amsterdam Oost) en de Stichting Broedstraten (Amsterdam Noord) onderzocht.

Als huurder van de ACTA gaf je mede vorm aan de ACTA-community, onder meer door daar yogalessen te organiseren. Daarnaast nam Urban Resort met enige regelmaat initiatieven, zoals rollende borrels, huurpersbijeenkomsten, open broedplaats dagen, om de community te versterken en de uitstraling en bekendheid van de broedplaats te vergroten. Hoe kijk jij aan tegen de gemeenschap van huurders die in de ACTA is ontstaan?

Ik weet niet of het woord gemeenschap op zijn plaats is. In mijn proefschrift focus ik op de organisatorische aspecten van gedeelde werkplekken voor freelancers in de creatieve sector, zoals broedplaatsen. De theoretische benadering die ik daarvoor gebruik gaat ervan uit dat organisaties geen entiteiten zijn, maar tijdelijke uitkomsten van doorlopende praktijken en processen. Zodra die ophouden, verdwijnt de organisatie ook. Broedplaatsen lenen zich in feite als laboratoria om te bestuderen hoe organisaties kunnen ontstaan. Omdat mensen dingen met elkaar moeten regelen, zoals zaken rondom onderhoud, veiligheid en overlast, ontstaat er een coördinatie van activiteiten. Daarnaast is er ruimte om je als collectief te presenteren aan de buitenwereld, institutionele positionering dus. Organisaties onderscheiden zich van gemeenschappen, netwerken, of markten door deze zaken.  Wat ik interessant vind aan de broedplaats ACTA, of vergelijkbare plekken, is dat het de verzameling mensen die er zit tot op zekere hoogte lukt om organisatie praktijken te ontwikkelen. Dit geeft inzicht in hoe freelancers toch bepaalde voordelen kunnen ondervinden die horen bij onderdeel zijn van een collectief. Ik bekijk ACTA dus vooral als voedingsbodem voor beginnende zelforganisatie, en niet als gemeenschap. 

Hebben de fysieke kenmerken van de ACTA invloed op de manier hoe daar een gemeenschap is ontstaan?

Ja, absoluut…. Lees verder als PDF

(Foto door Macha Rousakov)